Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2003

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8069.

16. Het relaas van de verbalisant Van Oosterhout behelst de weergave van door niet nader aangeduide personen aan hem verschafte informatie. Nu de identiteit van deze personen niet blijkt moet het hiervoor genoemde proces-verbaal van de verbalisant Oosterhout worden aangemerkt als een schriftelijk bescheid als bedoeld in art. 344, derde lid, Sv(3). Weliswaar moet gelet op het doel en de strekking van genoemde Wet worden aangenomen dat de in artikel 344, derde lid, Sv voorkomende term "een persoon wiens identiteit niet blijkt" niet omvat personen wier persoonsgegevens niet (volledig) zijn vermeld in het proces-verbaal waarin hun verklaringen zijn opgenomen, maar van wie vaststaat dat zij wel zodanig kunnen worden geïndividualiseerd dat de verdediging desgewenst hun verhoor als getuige door de rechter-commissaris of ter terechtzitting kan verzoeken(4), maar het Hof heeft niet vastgesteld dat zich dat laatste geval voordoet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dce31b12620d5fb31f95a112f56a1785a7a80e6596c0494c2429c5b39ba65c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dce31b12620d5fb31f95a112f56a1785a7a80e6596c0494c2429c5b39ba65c9, en de alinea staat in dat document op bytes 14927 tot 15875.