Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2003
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8069.
18. Hoewel het voorgaande meebrengt dat het middel terecht is voorgedragen, meen ik dat het niet tot cassatie behoeft te leiden. Het door het Hof gebruikte proces-verbaal, dat klaarblijkelijk slechts "startinformatie" behelst, levert immers geen zelfstandige bijdrage aan de onderbouwing van de bewezenverklaring en kan daarom als bewijsmiddel zonder meer gemist worden. Het Hof had ook zonder het gebruik van dit proces-verbaal zonder meer tot een bewezenverklaring kunnen komen. Kennelijk heeft ook verdachtes raadsman weinig waarde aan dit bewijsmiddel gehecht nu hij niet heeft verzocht de door de verbalisant Van Oosterhout niet bij name genoemde informant(en) als getuige te doen horen. Ik houd het er dan ook voor dat het onderhavige bewijsmiddel als overbodig moet worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dce31b12620d5fb31f95a112f56a1785a7a80e6596c0494c2429c5b39ba65c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dce31b12620d5fb31f95a112f56a1785a7a80e6596c0494c2429c5b39ba65c9, en de alinea staat in dat document op bytes 16193 tot 16997.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3dce31b12620d5fb31f95a112f56a1785a7a80e6596c0494c2429c5b39ba65c9 | shasum -a 256