Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8125.

In de eerste grief klaagt de man over het oordeel van de kantonrechter dat [de vrouw] ten aanzien van de achterstallige termijnen ontvankelijk is in haar vordering. Hij heeft daarbij de inningsbevoegdheid van de vrouw en (het ontbreken van) belang van de vrouw bij de vordering aan de orde gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/922b2d2f0790b63a80909f73fd854bbc3b54cff90997f40710a3f6f1c71b7794. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 922b2d2f0790b63a80909f73fd854bbc3b54cff90997f40710a3f6f1c71b7794, en de alinea staat in dat document op bytes 8003 tot 8315.