Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8125.
In zijn tweede grief betoogt de man dat de kantonrechter de vrouw ten onrechte ontvankelijk heeft verklaard in het tweede deel van haar vordering (toekomstige termijnen vanaf 1 april 2000) had verklaard en hem vervolgens heeft veroordeeld om met ingang van 1 april 2000 ƒ 208,34 per kind per maand aan de vrouw te betalen, nu de vrouw de vordering had moeten instellen bij verzoekschrift (art. 1:406 BW) en had moeten voorleggen aan de rechtbank. Het gaat - aldus de toelichting - immers om toekomstige alimentatietermijnen en niet om een verbintenisrechtelijke kwestie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/922b2d2f0790b63a80909f73fd854bbc3b54cff90997f40710a3f6f1c71b7794. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 922b2d2f0790b63a80909f73fd854bbc3b54cff90997f40710a3f6f1c71b7794, en de alinea staat in dat document op bytes 8323 tot 8907.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/922b2d2f0790b63a80909f73fd854bbc3b54cff90997f40710a3f6f1c71b7794 | shasum -a 256