Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8125.
2.16 Veronderstellenderwijs dat de man deze weren had willen voeren, was hij daartoe, hoewel in zijn visie in een verkeerd ingeleide procedure, volop in de gelegenheid geweest. Hij heeft in de gevoerde dagvaardingsprocedure ook geen voorbehoud daartoe gemaakt. Ik ga er daarom van uit dat hij een en ander ook niet wenst te doen in een door de vrouw te entameren verzoekschriftprocedure. De cassatiedagvaarding biedt daarvoor ook geen enkel aanknopingspunt. Naar mijn mening zou de uitkomst van de verzoekschriftprocedure geen andere zijn dan thans in de gevoerde dagvaardingsprocedure is bereikt en heeft de man derhalve geen belang bij vernietiging en niet-ontvankelijkverklaring van de vrouw in haar vordering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/922b2d2f0790b63a80909f73fd854bbc3b54cff90997f40710a3f6f1c71b7794. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 922b2d2f0790b63a80909f73fd854bbc3b54cff90997f40710a3f6f1c71b7794, en de alinea staat in dat document op bytes 21237 tot 21963.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/922b2d2f0790b63a80909f73fd854bbc3b54cff90997f40710a3f6f1c71b7794 | shasum -a 256