Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8270.

5) Bij tussenvonnis van 26 juni 1997 heeft de rechtbank een comparitie van partijen bevolen teneinde inlichtingen te krijgen en te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens konden worden. De rechtbank heeft in dat vonnis onder meer overwogen dat NN bij brief d.d. 7 juli 1992 aan de toenmalige raadsvrouw van [eiser] heeft bevestigd bereid te zijn de schade te vergoeden, die [eiser] lijdt "als gevolg van het niet tijdig onderkennen van de dystrofie, danwel het niet tijdig verwijzen naar de anaesthesist door onze verzekerde", terwijl NN in die brief voorts meedeelde dat zij conform telefonische afspraak een voorschot van ƒ 25.000 op de derdenrekening van de raadsvrouw had overgemaakt en dat de verdere afwikkeling van de zaak zou plaatsvinden op de afdeling Jurilet van NN. Op grond van deze en nog enige andere overwegingen oordeelde de rechtbank dat de Stichting en [verweerder 2] deze brief als een erkenning van hun aansprakelijkheid moeten laten gelden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e7b93b54503618f8a9eef9fd091496d1e2d1aee9f58baafaec975bb3828724c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e7b93b54503618f8a9eef9fd091496d1e2d1aee9f58baafaec975bb3828724c, en de alinea staat in dat document op bytes 11538 tot 12540.