Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8270.

Onder 4.10 overweegt het hof dat NN bij brief van 7 juli 1992 jegens [eiser] de bereidheid heeft uitgesproken "aan hem de schade te vergoeden ter compensatie van de dystrofie." Onder 4.11 oordeelt het hof dat "onder die omstandigheden de door NN zonder enig voorbehoud van rechten jegens van [eiser] uitgesproken bereidheid om de schade te vergoeden niet anders (kan) worden geduid - en door [eiser] (kan) worden opgevat - dan als een erkenning van aansprakelijkheid jegens van [eiser] voor de schadelijke gevolgen van het verweten "delay"." Het is dunkt mij moeilijk om duidelijker tot uitdrukking te brengen dat NN alle voor aansprakelijkheid vereiste elementen, inclusief condicio sine qua non-verband, heeft erkend (waarbij uiteraard discussie mogelijk blijft over de hoogte van de schade). Niettemin blijkt in r.o. 4.24 dat de erkenning van aansprakelijkheid volgens het hof niet het condicio sine qua non-verband omvat. Het arrest van het hof is aldus minst genomen onevenwichtig opgebouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e7b93b54503618f8a9eef9fd091496d1e2d1aee9f58baafaec975bb3828724c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e7b93b54503618f8a9eef9fd091496d1e2d1aee9f58baafaec975bb3828724c, en de alinea staat in dat document op bytes 19905 tot 20914.