Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8270.

25) Het oordeel van het hof dat de kennelijke onjuistheid van het aanvankelijke oordeel van dr. [betrokkene 2] krachtens de in het verkeer geldende opvattingen voor rekening van NN en derhalve de Stichting c.s. dient te komen, geeft op grond van het voorgaande geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, nu het in overeenstemming is met HR 10 januari 1992, NJ 1992, 606. Evenmin is het onbegrijpelijk of anderszins onvoldoende gemotiveerd. Alle klachten van het middel in het voorwaardelijk beroep stuiten hierop af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e7b93b54503618f8a9eef9fd091496d1e2d1aee9f58baafaec975bb3828724c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e7b93b54503618f8a9eef9fd091496d1e2d1aee9f58baafaec975bb3828724c, en de alinea staat in dat document op bytes 37096 tot 37627.