Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 102 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8486.

20. Een dergelijke uitlegging biedt de belastingplichtige de mogelijkheid om te kiezen om het gedeelte van een goed dat hij voor privé-doeleinden gebruikt, voor de toepassing van de richtlijn al dan niet in zijn onderneming te integreren. Zulks is in overeenstemming met een van de basisbeginselen van de richtlijn, namelijk dat de belastingplichtige de last van BTW slechts behoeft te dragen, wanneer zij betrekking heeft op goederen of diensten die hij voor privé-gebruik, en niet voor belastbare bedrijfsactiviteiten aanwendt. Voorts belet deze keuzemogelijkheid evenmin de toepassing van een andere regel, die door het Hof in het arrest van 11 juli 1991 (zaak C-97/90, Lennartz, Jurispr. 1991, blz. I-3795) is ontwikkeld, namelijk dat investeringsgoederen die zowel voor bedrijfs- als voor privé-doeleinden worden aangewend, niettemin mogen worden behandeld als goederen van de onderneming, die in beginsel voor een algehele aftrek van de BTW in aanmerking komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45a58a06192bfb3c326773b8b5b7991eef31132ecb997efdb3a46d16b785870b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45a58a06192bfb3c326773b8b5b7991eef31132ecb997efdb3a46d16b785870b, en de alinea staat in dat document op bytes 31079 tot 32062.