Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8486.
5.12. Deze opvatting leidt ontegenzeglijk tot een op zich bevredigend resultaat. Een resultaat dat weliswaar niet geheel overeenkomt met de rechtstoestand welke wordt bereikt bij een getrouwe omzetting van artikel 6, lid 2, aanhef en onderdeel b, Zesde richtlijn in nationaal recht, maar dat deze toestand toch dicht benadert. De Zesde richtlijn en de Wet OB 1968 willen beide voorkomen dat het consumptief gebruik van een tot een ondernemingsvermogen behorend goed door de ondernemer vrij van omzetbelasting blijft. In het richtlijnstelsel wordt daartoe het privégebruik gelijkgesteld met een belastbare dienst, en rechtstreeks in de omzetbelasting betrokken. Alsdan komt de voorbelasting welke aan het privégebruik toerekenbaar is, in beginsel gewoon voor aftrek in aanmerking. De Wet OB 1968 beschouwt het privégebruik daarentegen niet als een belastbare prestatie. Zij gaat ervan uit dat een goed dat door de ondernemer consumptief wordt gebruikt, niet in het kader van de onderneming wordt gebezigd. Het is dan consequent om de voorbelasting welke op het betreffende goed drukt als niet aftrekbaar te beschouwen voorzover zij aan het privégebruik moet worden toegerekend(17).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45a58a06192bfb3c326773b8b5b7991eef31132ecb997efdb3a46d16b785870b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45a58a06192bfb3c326773b8b5b7991eef31132ecb997efdb3a46d16b785870b, en de alinea staat in dat document op bytes 38960 tot 40157.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45a58a06192bfb3c326773b8b5b7991eef31132ecb997efdb3a46d16b785870b | shasum -a 256