Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 145 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8486.
6.6. Mijns inziens kan echter noch uit de arresten Commissie/Frankrijk en Royscot, noch uit BNB 2000/131, worden afgeleid dat een algemene beperking in de aftrekbaarheid van voorbelasting die drukt op een tot het ondernemingsvermogen behorend goed dat mede in privé wordt gebezigd, onder de Zesde richtlijn geoorloofd is. Eerder is het tegendeel het geval. In het arrest Royscot lijkt het HvJ EG ervan uit te gaan dat artikel 17, lid 6, derde volzin, Zesde richtlijn alleen die uitsluitingen van het aftrekrecht welke konden steunen op artikel 11, lid 4, Tweede richtlijn mogelijk maakt. Dergelijke uitsluitingen konden slechts betreffen 'bepaalde goederen' en 'bepaalde diensten'. Of tot de 'bepaalde goederen' in de zin van artikel 11, lid 4, Tweede richtlijn mede gerekend kunnen worden alle tot een ondernemingsvermogen behorende goederen die voor privédoeleinden worden gebruikt, acht ik bepaald geen vanzelfsprekendheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45a58a06192bfb3c326773b8b5b7991eef31132ecb997efdb3a46d16b785870b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45a58a06192bfb3c326773b8b5b7991eef31132ecb997efdb3a46d16b785870b, en de alinea staat in dat document op bytes 48862 tot 49804.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45a58a06192bfb3c326773b8b5b7991eef31132ecb997efdb3a46d16b785870b | shasum -a 256