Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 153 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8486.
7.6. Maar de door belanghebbende gestelde omstandigheden - dat artikel 15, lid 2, Wet OB 1968 ten dele strijdig is met EG-recht en dat ten onrechte niet op de voet van artikel 15, lid 6, Wet OB 1968 een ministeriële regeling is getroffen met nadere regels voor de aftrek van voorbelasting in gevallen waarin een tot een ondernemingsvermogen behorend goed mede voor privédoeleinden wordt gebruikt - rechtvaardigen noch op zich, noch tezamen het oordeel dat de termijnoverschrijding door belanghebbenden in het onderhavige geval verschoonbaar is. Hier geldt mutatis mutandis hetgeen de Hoge Raad (Burgerlijke Kamer) overwoog in zijn arrest van 24 januari 2003, nr. C01/321HR (Maple Tree Holding/Staat), RvdW 2003, 26:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45a58a06192bfb3c326773b8b5b7991eef31132ecb997efdb3a46d16b785870b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45a58a06192bfb3c326773b8b5b7991eef31132ecb997efdb3a46d16b785870b, en de alinea staat in dat document op bytes 52996 tot 53726.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45a58a06192bfb3c326773b8b5b7991eef31132ecb997efdb3a46d16b785870b | shasum -a 256