Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 168 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8486.
8.7. Naar ik meen is het voor een juiste beoordeling van deze klachten noodzakelijk dat de Hoge Raad aan het HvJ EG prejudiciële vragen stelt over de uitlegging van artikel 17 Zesde richtlijn. Deze vragen zouden vooreerst moeten betreffen de betekenis van artikel 17, lid 2, Zesde richtlijn voor een geval als het onderhavige, waarin (i) een belastingplichtige een investeringsgoed, dat hij krachtens een belastbare levering heeft verkregen, geheel tot zijn ondernemingsvermogen wenst te rekenen, (ii) dit investeringsgoed door de belastingplichtige mede voor privédoeleinden wordt gebezigd, en (iii) ter zake van het privégebruik geen omzetbelasting kan worden geheven omdat de Nederlandse wetgever het bepaalde in artikel 6, lid 2, aanhef en onderdeel a, Zesde richtlijn niet in nationaal recht heeft omgezet. Voorts zou het HvJ EG dienen te worden verzocht de reikwijdte van artikel 17, lid 6, Zesde richtlijn nader te preciseren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45a58a06192bfb3c326773b8b5b7991eef31132ecb997efdb3a46d16b785870b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45a58a06192bfb3c326773b8b5b7991eef31132ecb997efdb3a46d16b785870b, en de alinea staat in dat document op bytes 60698 tot 61648.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/45a58a06192bfb3c326773b8b5b7991eef31132ecb997efdb3a46d16b785870b | shasum -a 256