Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2003

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8528.

4. In het onderhavige geval heeft de vader van verzoekster per fax van 22 februari 2002, ter griffie ingekomen op die zelfde dag, verklaard namens verzoekster beroep in cassatie te willen instellen. Blijkens de Akte Cassatie is een ambtenaar van de griffie verschenen ter griffie, 'blijkens de aan deze akte gehechte bijzondere volmacht schriftelijk gemachtigde van [verdachte]' (verzoekster, NJ), die verklaart cassatie in te stellen. Bij fax van 25 februari 2002 (dat wil zeggen na afloop van de termijn waarbinnen cassatie diende te worden ingesteld), ingekomen op 26 februari 2002, heeft verzoekster verklaard dat zij haar vader (en dus niet de griffieambtenaar, zoals de akte doet voorkomen) heeft gemachtigd om namens haar cassatie in te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dd4177eaaaeb2fe75b5c140de0fe615ee32c27e3e2500eaef04e438d1475261. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dd4177eaaaeb2fe75b5c140de0fe615ee32c27e3e2500eaef04e438d1475261, en de alinea staat in dat document op bytes 6509 tot 7274.