Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2003
Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8528.
5. Aldus is sprake van een dubbele schriftelijke volmacht: verzoekster heeft haar vader schriftelijk gemachtigd namens haar beroep in cassatie in te stellen en haar vader heeft per brief verklaard namens zijn dochter cassatie in te willen stellen, hetgeen als een schriftelijke volmacht voor de griffieambtenaar was bedoeld. Had verzoekster zelf per brief verklaard cassatie in te willen stellen, dan had de ambtenaar inderdaad die brief kunnen opvatten als een bijzondere schriftelijke volmacht. Nu verzoekster haar vader daartoe schriftelijk heeft gemachtigd had deze in persoon ter griffie moeten verschijnen (zie HR 30 januari 2001, NJ 2001, 293; HR 6 januari 1998, NJ 1998, 389 en Melai-Groenhuijsen, art. 449-452, aant. 3 en 4, art. 449, aant. 5 en art. 450, aant. 6). Verzoekster dient op grond van de jurisprudentie dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar beroep in cassatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dd4177eaaaeb2fe75b5c140de0fe615ee32c27e3e2500eaef04e438d1475261. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dd4177eaaaeb2fe75b5c140de0fe615ee32c27e3e2500eaef04e438d1475261, en de alinea staat in dat document op bytes 7294 tot 8204.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1dd4177eaaaeb2fe75b5c140de0fe615ee32c27e3e2500eaef04e438d1475261 | shasum -a 256