Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2003

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8528.

3. De Hoge Raad zal op grond van het navolgende aan de behandeling van de middelen niet kunnen toekomen. De voorschriften die de wijze van aanwenden van een rechtsmiddel regelen zijn te vinden in art. 449 Sv e.v. Cassatie kan worden ingesteld door het afleggen van een mondelinge verklaring ter griffie door (1) de verdachte zelf (ook de verdachte die 16 jaar is, zoals verzoekster) (art. 449 Sv), (2) door de raadsman die daartoe door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd (art. 450, eerste lid, onder a, Sv) of (3) door iemand die door de verdachte daartoe schriftelijk is gevolmachtigd (art. 450, eerste lid, onder b, Sv). In de jurisprudentie is uitgemaakt dat wanneer de verdachte een brief naar de griffie stuurt waarin hij verklaart een rechtsmiddel te willen aanwenden, die brief dient te worden opgevat als een bijzondere schriftelijke volmacht als bedoeld in art. 450, eerste lid, onder b, Sv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dd4177eaaaeb2fe75b5c140de0fe615ee32c27e3e2500eaef04e438d1475261. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dd4177eaaaeb2fe75b5c140de0fe615ee32c27e3e2500eaef04e438d1475261, en de alinea staat in dat document op bytes 5568 tot 6489.