Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003

Alinea 115 Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8531.

5.4.5. Dat bijvoorbeeld vertrouwen wordt gewekt bij een rechthebbende door afgifte van een BTI is evident. Met het gewekte vertrouwen in dergelijke situatie wordt dan ook zowel bij de boeking (artikel 217 CDW), als bij de boeking achteraf (artikel 220, tweede lid, CDW) rekening gehouden. Artikel 217 CDW omschrijft - zij het enigszins moeizaam - dat de douaneautoriteiten gehouden zijn de verschuldigde rechten vast te stellen op basis van de BTI, ook als de 'wettelijk verschuldigde rechten' hoger zijn.(30) Zelfs indien de afgegeven BTI haar geldigheid verliest, biedt artikel 12, zesde lid, van het CDW de rechthebbende daarvan onder omstandigheden een overgangsperiode: wederom een contra legem toepassing van het vertrouwensbeginsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b, en de alinea staat in dat document op bytes 46083 tot 46836.