Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003
Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8531.
5.4.10. Volgens het HvJEG is dit slechts anders indien de autoriteiten die bevoegd zijn tot navordering "de betrokken inlichting moeten erkennen of er rekening mee moeten houden." Uit dit arrest meen ik af te kunnen leiden dat sinds 1 januari 1993 een door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat afgegeven BTI, als een vergissing van de tot navordering bevoegde autoriteiten kan worden aangemerkt en aldus een beroep op opgewekt vertrouwen - ook door derden - (mede) kan onderbouwen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b, en de alinea staat in dat document op bytes 49882 tot 50389.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b | shasum -a 256