Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003
Alinea 142 Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8531.
5.6.9. Zoals ik al constateerde in 5.6.3 is het systeem dat door de zelfreinigende mechanismen van de BTI-regeling wordt gevormd, niet volmaakt of althans niet altijd even adequaat. De vraag doet zich dan voor of de constatering dat, het ontbreken van een communautaire regeling die - in geval van aantoonbare vermoedens van ongelijke behandeling veroorzaakt door afgegeven BTI's (al dan niet op initiatief van een marktdeelnemer) - de ontstane ongelijke situatie binnen afzienbare tijd na kennisneming daarvan opheft, de in beginsel aanwezige objectieve rechtvaardiging van de ongelijke behandeling te niet kan doen. Een ontkennende beantwoording van deze vraag houdt in dat een rechthebbende van een contra legem BTI voor een relatief lange periode (mogelijk zelfs zes jaren) gebruik maken van een bevoordeelde marktpositie. Een bevestigende beantwoording van deze vraag heeft tot gevolg dat de interne marktverstoring als gevolg van een "foute BTI" tot een minimum wordt beperkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b, en de alinea staat in dat document op bytes 62608 tot 63604.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b | shasum -a 256