Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003
Alinea 145 Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8531.
5.6.12. Het voorgaande brengt mij tot de conclusie dat een drietal prejudiciële vragen aan het HvJEG zouden moeten worden voorgelegd. De eerste vraag zou naar ik meen betrekking moeten hebben op de noodzaak vragen te stellen, indien de uitleg van het Gemeenschapsrecht door de tot afgifte van een BTI bevoegde autoriteiten enerzijds en door een nationale rechterlijke instantie van een andere lidstaat anderzijds tot verschillende uitkomsten leidt, terwijl de rechterlijke instantie meent dat de uitleg van het Gemeenschapsrecht evident is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b, en de alinea staat in dat document op bytes 64873 tot 65427.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b | shasum -a 256