Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003
Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8531.
5.6.14. Indien het HvJEG laatstbedoelde vraag aldus beantwoort dat postonderverdeling 8709 niet ziet op goederen van de door belanghebbende aangegeven soort, zal wederom een vraag omtrent de potentiële werking van het communautaire gelijkheidsbeginsel gerechtvaardigd zijn. De door de Finse autoriteiten afgegeven BTI zal in dat geval na bekendmaking van de uitspraak weliswaar zijn geldigheid verliezen (artikel 12, vijfde lid, CDW), maar heeft in ieder geval voor de rechthebbende van de BTI geen 'terugwerkende kracht'. De vraag is vervolgens dus of het (bewust laten) bestaan van een ongelijke situatie door de autoriteiten, ten gevolge van een gebrek aan een communautaire regeling terzake, als een inbreuk op het communautaire gelijkheidsbeginsel moet worden aangemerkt, hetgeen impliceert dat deze inbreuk gezien de duur van de benodigde rechtsgang op enig moment niet langer objectief kan worden gerechtvaardigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b, en de alinea staat in dat document op bytes 66059 tot 66994.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b | shasum -a 256