Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003

Alinea 149 Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8531.

6.1. Belanghebbende heeft in haar cassatieberoepschrift een drietal middelen aangevoerd. De in het eerste middel verwoorde klacht, versta ik aldus dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de onderhavige goederen dienen te worden ingedeeld in tariefpost 8701 20 10. Hoewel ik van mening ben dat het Hof de onderhavige goederen juist heeft ingedeeld (zie onderdeel 4 van deze conclusie), meen ik, op grond van hetgeen ik in onderdeel 5.6. van deze conclusie heb betoogd, dat in verband met de eenheid van rechtstoepassing binnen de Gemeenschap het stellen van prejudiciële vragen noodzakelijk is alvorens de klacht in behandeling te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b, en de alinea staat in dat document op bytes 67077 tot 67734.