Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003

Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8531.

5.2.2. Artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van het TCDW bepaalt dat lidstaten kunnen eisen dat de aangever bij vervulling van de formaliteiten een op de aangegeven goederen betrekking hebbende BTI overlegt indien hij daarvan in het bezit is. Het hangt dus van de nationale regelgeving af of een dergelijke verplichting bestaat. Nederland kent een dergelijke verplichting niet. Het moet er naar mijn mening dan ook voor worden gehouden dat een rechthebbende ook na het ontstaan van de douaneschuld (dus in de bezwaar- en/of beroepsfase) een beroep op een afgegeven BTI toekomt. Dit neemt naar ik meen niet weg dat een beroep op het communautaire vertrouwensbeginsel, vereist dat men daadwerkelijk op een bepaalde handeling of uitlating heeft kunnen vertrouwen. Dit aspect komt hierna in 5.4. nader aan de orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4368a4f7d339459c1bb0bfe193e4255c6980b0322ced6d8ac927a7281c41822b, en de alinea staat in dat document op bytes 37383 tot 38206.