Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8536.

18. De omstandigheid dat de officier van justitie tijdens een terechtzitting van de Rechtbank heeft opgemerkt, naar aanleiding van een aldaar gedaan verzoek, dat hij niet wist wat de raadsman bedoelde met stukken betreffende zekere [betrokkene 1], terwijl uit verklaringen (ik begrijp: van opsporingsambtenaren) bij de rechter-commissaris is af te leiden dat er ruim tevoren contact was geweest met de officier van justitie omtrent het horen van die [betrokkene 1] dient evenzeer aanstonds geëcarteerd te worden als een omstandigheid die zou kunnen bijdragen aan niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens ernstige misstappen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8881167d09711e68b08b2b221fb6b068e1ba5f5b62e3b92b3dd59f63760ee73e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8881167d09711e68b08b2b221fb6b068e1ba5f5b62e3b92b3dd59f63760ee73e, en de alinea staat in dat document op bytes 15095 tot 15749.