Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8560.

5. Bij vonnis van 5 maart 2001 heeft de Kantonrechter de vorderingen van [eiser] afgewezen. Wat vordering (a) betreft, overwoog de Kantonrechter dat voldoende vast staat dat partijen een aan de omzet gekoppelde verhoging van het salaris van [eiser] niet zijn overeengekomen (r.o. 4). Ten aanzien van vordering (b) achtte de Kantonrechter het beroep van [verweerster] op rechtsverwerking gegrond, zulks op grond van de overweging dat niet is gesteld of gebleken dat [verweerster] [eiser] niet in de gelegenheid heeft gesteld vakantie te nemen en evenmin is gesteld of gebleken dat [eiser] eerder dan toen de verhouding tussen partijen verstoord was geraakt kort voor deze procedure, ooit vergoeding voor niet genoten vakantiedagen heeft gevraagd (r.o. 5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f18cb437e87be8cbf1b3d52be720577b2024d926968f99130f672b73c0715976. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f18cb437e87be8cbf1b3d52be720577b2024d926968f99130f672b73c0715976, en de alinea staat in dat document op bytes 7912 tot 8679.