Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8565.

Het eerste feit zoals tenlastegelegd is een mix van twee te onderscheiden elementen en hinkt op twee gedachten, namelijk enerzijds het verzuim de werknemer doeltreffend in te lichten en anderzijds het verzuim de werknemer goed op te leiden. Voor de verdachte kon mogelijk niet duidelijk zijn waartegen hij zich diende te verweren. Waar het hof nu het onderdeel opleiden heeft geschrapt door het nietig te verklaren en verdachte vervolgens heeft veroordeeld voor het verzuim de werknemer in te lichten over de gevaren, heeft het aan de tenlastelegging een betekenis gegeven welke deze naar mijn oordeel tevoren niet had en mitsdien de grondslag van de tenlastelegging verlaten(1). De tenlastelegging bestond immers uit twee onafhankelijke delen. De rechter mag dan niet kiezen maar moet de gehele dagvaarding nietig verklaren. Ik geef een voorbeeld. Als men van een paard zegt dat het zowel helemaal zwart als helemaal wit is beweert men iets wat onmogelijk is. Een paard kan helemaal zwart zijn of helemaal wit zijn, maar niet tegelijkertijd. Degene tot wie die bewering is gericht zal zich geen voorstelling kunnen maken van zo een paard dat helemaal zwart én helemaal wit is. Daarmee ontvalt aan de bewering in haar totaliteit alle informatieve waarde. Hetzelfde geldt als een tenlastelegging één en dezelfde gedraging klassificeert als het niet doen van een melding, strafbaar gesteld in de ene bepaling, en het niet verschaffen van inlichtingen, strafbaar gesteld in een andere bepaling.(2) Daarbij dient mijns inziens ook in aanmerking te worden genomen dat de steller van de tenlastelegging de feitsomschrijving waarop het hof thans heeft veroordeeld kennelijk niet voldoende feitelijk heeft geacht. De steller heeft niet voor niets daaraan nog toegevoegd "immers" en wat er verder op volgt. Dit kan bezwaarlijk anders worden verstaan, dan dat dat deel een nadere feitelijke toespitsing van het voorgaande deel beoogde te zijn, zij het dat de steller van de tenlastelegging daar niet erg in is geslaagd. Bovendien is de onduidelijkheid kennelijk voor het hof ook na de partiële nietigheid nog blijven bestaan, getuige het feit dat in de bewijsmiddelen 1, 2a, 2b en 3 en de strafmotivering toch weer het opleidingsaspect aan de orde komt. Het hof had dus de gehele dagvaarding nietig moeten verklaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ecc66328dc57fa947d58cf431787d2608e9e05a9ce85b529d7702133a30f423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ecc66328dc57fa947d58cf431787d2608e9e05a9ce85b529d7702133a30f423, en de alinea staat in dat document op bytes 14431 tot 16754.