Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8565.
4.6 De nota van toelichting bevat geen uitputtende beschrijving van hetgeen onder artikel 7.4 (oud) tweede lid Arbeidsomstandighedenbesluit dient te worden verstaan. Dat daarin ten aanzien van het tweede lid vooral wordt gesproken over de met het oog op de veiligheid aan arbeidsmiddelen te stellen eisen, betekent niet dat een bepaalde werkwijze niet ook onder het artikel zou kunnen vallen. De tekst van de bepaling is uiteindelijk doorslaggevend. Het hof heeft in de bestreden overweging tot uitdrukking gebracht dat artikel 7.4. tweede lid Arbeidsomstandighedenbesluit er (mede) toe strekt dat door de wijze van plaatsing of inrichting - het gevolg dus van het menselijk handelen - gevaar voor verschuiven, omvallen of kantelen zo veel mogelijk wordt voorkomen. Die uitleg sluit aan bij de bewoordingen van artikel 7.4, tweede lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit waar wordt gesproken van "zodanig geplaatst of ingericht zijn". Die woorden kunnen immers bezwaarlijk worden opgevat als slechts ziende op aan het arbeidsmiddel zelf te stellen kwalitatieve eisen. Een andere plaatsing dan als bedoeld in artikel 7.4. tweede lid, is verboden op grond van artikel 26 van de Arbeidsomstandighedenwet. De plaatsing van een arbeidsmiddel is onafhankelijk van de kwaliteit te beoordelen. Een prima steiger kan gevaarlijk geplaatst worden. Het deel van de toelichting op het tweede lid van art. 7.4 dat op p. 6 van de schriftuur is aangehaald ziet niet op voorzieningen aan of op het arbeidsmiddel zélf en die daarvan deel uitmaken, maar op de omgeving waarin het arbeidsmiddel wordt ingezet en de hulpmiddelen die daarbij van pas komen. De baan waarop het arbeidsmiddel 'kraan' verreden moet worden, moet waterpas zijn, maar is zelf geen arbeidsmiddel. Een steiger moet zodanig geplaatst worden dat hij kan worden vastgezet met hulpmiddelen die zelf geen onderdeel van de steiger uitmaken maar die wel ter plekke aanwezig moeten zijn. De toelichting op het Arbeidsomstandighedenbesluit onderscheidt niet zonder reden de 'arbeidsmiddelen', die deugdelijk moeten zijn, van de 'voorzieningen' waarmee de arbeidsmiddelen kunnen worden bevestigd.(4) Dat de wijze van verplaatsen zoals die in het onderhavige geval heeft plaatsgevonden wellicht ook onder een andere bepaling uit de arbeidsomstandighedenregelgeving zou zijn te brengen doet, aan de strafbaarheid op grond van artikel 26 Arbeidsomstandighedenwet, juncto artikel 7.4, tweede lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit niet af. 's-Hofs overweging op dit punt geeft dan ook geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ecc66328dc57fa947d58cf431787d2608e9e05a9ce85b529d7702133a30f423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ecc66328dc57fa947d58cf431787d2608e9e05a9ce85b529d7702133a30f423, en de alinea staat in dat document op bytes 22255 tot 24914.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1ecc66328dc57fa947d58cf431787d2608e9e05a9ce85b529d7702133a30f423 | shasum -a 256