Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003

Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8565.

3.1 Het eerste middel klaagt dat het hof ten onrechte dan wel ontoereikend gemotiveerd het verweer strekkende tot nietigverklaring van de inleidende dagvaarding ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft verworpen. Als keerzijde daarvan zou de door het hof uitgesproken partiële nietigheid ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde onbegrijpelijk zijn. Het tweede middel behelst de klacht dat het hof ten onrechte heeft overwogen dat aan de na de gedeeltelijke nietigverklaring overgebleven bewoordingen van het onder 1 tenlastegelegde en bewezenverklaarde mede feitelijke betekenis toekomt, terwijl die bewoordingen zijn ontleend aan de normstelling zoals geformuleerd in het eerste lid van artikel 6 van de Arbeidsomstandighedenwet (oud). De steller van het middel meent dat na de partiële nietigverklaring slechts een kwalificatief gedeelte is overgebleven. Het ontbreken van een feitelijke invulling daarvan had nietigheid van de dagvaarding tot gevolg moeten hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ecc66328dc57fa947d58cf431787d2608e9e05a9ce85b529d7702133a30f423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ecc66328dc57fa947d58cf431787d2608e9e05a9ce85b529d7702133a30f423, en de alinea staat in dat document op bytes 5435 tot 6430.