Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2003

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8570.

13. Het EHRM heeft in diverse uitspraken overwogen dat het een nationale Staat vrijstaat beperkingen op te leggen bij het reguleren van de toegang tot een rechterlijke instantie. Echter, er dient een fair balance te blijven bestaan tussen enerzijds het tenuitvoerleggen van beslissingen en het recht op toegang tot een rechterlijke instantie en het recht tot verdediging anderzijds (vgl. Khalfaoui v. France, EHRM 14 december 1999, nr. 34791/97). Het oordeel van de Hoge Raad dat in een geval als het onderhavige van de anonieme verdachte mag worden verlangd dat hij bij het aanwenden van rechtsmiddelen zijn persoonsgegevens bekend maakt is, gelet op de bezwaren die kleven aan het berechten van een anonieme verdachte, niet unfair te noemen. Nu in de betreffende verdragen geen recht valt te lezen voor een verdachte om anoniem te blijven, is van een ongeoorloofde inperking van het recht op twee instanties geen sprake. Vgl. Eliazer v. The Netherlands, EHRM 16 oktober 2001, nr. 38055/97. Ook deze klachten falen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/951277698c0874a8323da37fc1cca043bf8fafbda90883bee7075e6fda1022f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 951277698c0874a8323da37fc1cca043bf8fafbda90883bee7075e6fda1022f0, en de alinea staat in dat document op bytes 12516 tot 13545.