Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2003
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8570.
19. Die rechtspraak komt erop neer dat overschrijdingen van termijnen voor het instellen van rechtsmiddelen tot niet-ontvankelijkheid van het beroep leiden, tenzij ze verontschuldigbaar zijn. Verontschuldigbaar kan een dergelijke overschrijding zijn als zij het gevolg is van onjuiste ambtelijke informatie over de termijn (HR 20 december 1994, NJ 1995, 253) dan wel over de inhoud van de uitspraak (HR 24 maart 1998, NJ 1998, 482) of het gevolg is van de omstandigheid dat verdachte door een geestesstoornis niet in staat is over het instellen van een rechtsmiddel een beslissing te nemen (HR 7 april 1998, NJ 1998, 577 en 12 juni 2001, NJ 2001, 696). Onjuiste ambtelijke informatie nadat de termijn is verstreken - bijvoorbeeld als de verdachte na het verstrijken van de appèltermijn een verstekmededeling betekend krijgt waarin ten onrechte wordt meegedeeld dat hij nog 14 dagen de tijd heeft om in hoger beroep te gaan - heeft echter niet tot gevolg dat alsnog rechtsgeldig beroep aangetekend kan worden (HR 26 maart 1995, NJ 1995, 500 met nt. Sch.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/951277698c0874a8323da37fc1cca043bf8fafbda90883bee7075e6fda1022f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 951277698c0874a8323da37fc1cca043bf8fafbda90883bee7075e6fda1022f0, en de alinea staat in dat document op bytes 15747 tot 16816.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/951277698c0874a8323da37fc1cca043bf8fafbda90883bee7075e6fda1022f0 | shasum -a 256