Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8575.

De overweging van het hof dat [verweerders] hun stelling dat de optie-overeenkomst vernietigbaar is wegens een wilsgebrek, onvoldoende hebben onderbouwd (r.o. 4.3, waarover onder 7), betekent niet dat het hof de wilstoestand aan de zijde van de moeder niet heeft kunnen of mogen betrekken in zijn oordeel omtrent hetgeen de redelijkheid en billijkheid eisen. Er is geen rechtsregel aan te wijzen, die zich hiertegen verzet; integendeel wordt in de doctrine aangenomen dat bij het oordeel omtrent hetgeen de redelijkheid en billijkheid vorderen c.q. waartegen zij zich verzetten ook omstandigheden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst in aanmerking mogen worden genomen. Zie Asser-Hartkamp 4-II (2001), nrs. 239, 318 en 319. De recente rechtspraak van de Hoge Raad inzake de samenloop tussen de algemene artt. 6:2 en 248 en bijzondere bepalingen als de artt. 6:258 en 6:233 is hiermee in overeenstemming. Zie HR 25 juni 1999, NJ 1999, 602; 14 juni 2002, RvdW 2002, 103; vgl. ook HR 15 nov. 2002, NJ 2003, 48 m.nt. JBMV. Zie over het eerstgenoemde arrest Asser-Hartkamp 4-II (2001), nr. 341a, Valk, WPNR 6472 (2002), p. 4 e.v. en Mon. Nieuw BW A-10 (Vranken/Hammerstein, 2003), nr. 45.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/884178bdb1f55ea0115388918e44a328d2e68fb096f75cda281048373e529373. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 884178bdb1f55ea0115388918e44a328d2e68fb096f75cda281048373e529373, en de alinea staat in dat document op bytes 15582 tot 16787.