Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8575.
De vraag of in een bepaald geval sprake is van een wilsgebrek dat tot de vernietigbaarheid van een rechtshandeling leidt, dient te worden beantwoord (uitgaande van hetgeen over en weer is gesteld) in het licht van de eisen die art. 3:44 of art. 6:228 BW dienaangaande stelt, zoals een wilsontbreken en de gevolgen dáárvan dienen te worden bepaald in het licht van de in de artt. 3:33-36 BW neergelegde eisen. Waar onvoldoende is gesteld om aannemelijk te maken dat die eisen zijn vervuld, kan wél voldoende zijn komen vast te staan voor een oordeel omtrent andere aspecten van iemands wilsvorming (d.w.z. van hetgeen iemand heeft gewild c.q. hoe die wil tot stand is gekomen). Zo heeft het hof in de onderhavige zaak geoordeeld dat weliswaar [verweerders] tekort zijn geschoten in hun stelplicht met betrekking tot de (gestelde) gebrekkige wilsvorming van hun moeder en de daaruit voortvloeiende vernietigbaarheid van de optie-overeenkomst (vgl. onder 7), maar dat wel voldoende aannemelijk is geworden:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/884178bdb1f55ea0115388918e44a328d2e68fb096f75cda281048373e529373. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 884178bdb1f55ea0115388918e44a328d2e68fb096f75cda281048373e529373, en de alinea staat in dat document op bytes 16795 tot 17814.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/884178bdb1f55ea0115388918e44a328d2e68fb096f75cda281048373e529373 | shasum -a 256