Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8575.
11) In het licht van het voorgaande komt het mij voor dat uit het arrest van het hof voldoende duidelijk blijkt op welke omstandigheden - anders dan een wilsontbreken of gebrekkige wilsvorming aan de zijde van de moeder - het hof zijn oordeel heeft gebaseerd dat toewijzing van [eiser]s vordering tot nakoming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dit oordeel behoeft m.i. ook geen nadere motivering en is in de gegeven omstandigheden evenmin onbegrijpelijk, ook al omdat het bedrag waarop [eiser] meent aanspraak te kunnen maken en dat in juli 1998 (volgens hem) ruim f. 1,3 miljoen bedroeg, moeilijk als redelijke vergoeding kan worden aangemerkt voor de door hem verrichte (beheers)werkzaamheden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/884178bdb1f55ea0115388918e44a328d2e68fb096f75cda281048373e529373. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 884178bdb1f55ea0115388918e44a328d2e68fb096f75cda281048373e529373, en de alinea staat in dat document op bytes 21925 tot 22673.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/884178bdb1f55ea0115388918e44a328d2e68fb096f75cda281048373e529373 | shasum -a 256