Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8575.

Overigens teken ik hierbij nog aan dat naar mijn mening bij de beoordeling van een beroep op de ontoelaatbaarheid van een verrassingsbeslissing, uitgangspunt dient te zijn dat de beslissing niet ontoelaatbaar is en dat het beroep (dus) uitsluitend in evidente gevallen zou moeten kunnen slagen. Vgl. de conclusie (onder 6) voor HR 3 juni 1994, NJ 1997, 287 m.nt. CJHB, alsmede bijv. Snijders/Wendels-Snijders, Civiel appel (1999), nr. 15 ("In het algemeen is de appelrechter echter vrij om ook voor partijen verrassende rechtsbeslissingen te nemen") en Tjong Tjin Tai, Verrassingsbeslissingen door de civiele rechter, NJB 2000, p. 260 (die deze terughoudende benadering ook in de rechtspraak van de Hoge Raad bevestigd ziet). Voor een bespreking en overzicht van jurisprudentie en literatur over verrassingsbeslissingen, zie het artikel van Tjong Tjin Tai, t.a.p., p. 259 e.v., waaraan kan worden toegevoegd het zojuist aangehaalde arrest van 21 december 2001 en Ras-Hammerstein, De grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep in burgerlijke zaken (2001), nr. 83.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/884178bdb1f55ea0115388918e44a328d2e68fb096f75cda281048373e529373. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 884178bdb1f55ea0115388918e44a328d2e68fb096f75cda281048373e529373, en de alinea staat in dat document op bytes 25155 tot 26231.