Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8576.

15 Mij realiserend dat ik daarmee positie kies in een enigszins omstreden kwestie, namelijk de vraag of een cassatiemiddel, om aan de eis van art. 407 lid 2 Rv. te voldoen, behalve het rechtsverzuim waarop een beroep wordt gedaan ook moet aangeven waarom er van een rechtsverzuim sprake is; zie daarover uitgebreid Ter Heide, TCR 2001, p. 77 e.v. (in het bijzonder p. 79 - 81). In dit geval geeft de klacht, naar mijn oordeel met juistheid, aan waar in het bestreden arrest een onjuiste rechtstoepassing heeft plaatsgehad en waar die in bestaat - maar voert het onjuiste redenen voor de betreffende stelling aan (en verbindt het aan het gesignaleerde verzuim trouwens ook een verkeerde gevolgtrekking). Als - zoals hier het geval is - desondanks in cassatie kan worden vastgesteld dat de door het middel beweerde fout inderdaad gemaakt is, doet het in mijn opvatting aan de doeltreffendheid van het middel niet af dat de op zichzelf juiste klacht zelf weer op een onjuiste grondslag wordt gebaseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39cc50b3e547f129a89bc992b0412116f471a444f26da37a5689824df6577bf7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39cc50b3e547f129a89bc992b0412116f471a444f26da37a5689824df6577bf7, en de alinea staat in dat document op bytes 59634 tot 60648.