Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8576.

Vorderingen betrekkelijk tot huur van bedrijfsruimte behoorden immers naar luid van het op de onderhavige zaak nog toepasselijke art. 39 sub 4? RO (oud)(6) tot de absolute bevoegdheid van de kantonrechter(7). Hetzelfde geldt, ingevolge art. 27 lid 1 van de Huurwet, voor gebouwd onroerend goed dat met een andere bestemming dan wonen of bedrijfsuitoefening verhuurd was(8). Voor de rechterlijke bevoegdheid was (anders dan naar huidig recht het geval is) de vordering zoals de eiser die geldend had gemaakt beslissend, en niet de werkelijke rechtsverhouding van de partijen(9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39cc50b3e547f129a89bc992b0412116f471a444f26da37a5689824df6577bf7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39cc50b3e547f129a89bc992b0412116f471a444f26da37a5689824df6577bf7, en de alinea staat in dat document op bytes 9483 tot 10073.