Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8576.

Van de kant van [eiser] is die vordering aldus aangeduid, dat hij de Gemeente aansprakelijk hield in de hoedanigheid van verhuurster (inleidende dagvaarding, alinea 11; bevestigd in de Memorie van Antwoord, p. 3, regels 6 - 17). De Rechtbank heeft in eerste aanleg geoordeeld dat de vordering van [eiser] (gedeeltelijk) kon worden toegewezen op grond van aan de Gemeente als onrechtmatig toe te rekenen gedragingen; maar daarmee is, denk ik, niet gezegd dat [eiser] zijn vordering (volgens de Rechtbank) op een ("zelfstandige") onrechtmatige daad van de Gemeente zou hebben gebaseerd(10). In appel moest dus, op zijn minst genomen, rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat [eiser] - in elk geval volgens zijn eigen stellingen - de aansprakelijkheid van de Gemeente had gebaseerd op haar hoedanigheid van verhuurster - wat volgens mij impliceert dat zijn vordering "betrekkelijk tot huur" in de zin van de eerder genoemde wetsartikelen was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39cc50b3e547f129a89bc992b0412116f471a444f26da37a5689824df6577bf7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39cc50b3e547f129a89bc992b0412116f471a444f26da37a5689824df6577bf7, en de alinea staat in dat document op bytes 13119 tot 14079.