Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8576.

Ik meen, zoals al gezegd, dat [eiser] niet eenduidig heeft gesteld dat hij het gehuurde voor bedrijfsmatige activiteiten gebruikte, en dat dat gegeven ook in cassatie niet aan de orde is gesteld (maar zoals tevens aangegeven, kàn men de stellingen van [eiser] op dit punt misschien ook anders verstaan). Ik meen verder dat [eiser] wèl de stelling heeft betrokken dat de overeenkomst hem niet in het gebruik van het gehuurde beperkte; en ik meen tevens dat op die stelling in het middel een beroep wordt gedaan(13). Over deze stelling heeft het Hof zich niet uitgesproken. Als, anders dan ik hiervóór heb aangenomen, zou moeten worden geoordeeld dat [eiser] zich (in alle instanties waar dat ertoe doet) wèl op bedrijfsmatig gebruik van het gehuurde heeft beroepen (en dat het Hof die stelling niet heeft verworpen, maar in het midden heeft gelaten), zou hier sprake kunnen zijn van een manco in het bestreden arrest, waarover dan in cassatie terecht wordt geklaagd. Het Hof zou dan namelijk de mogelijkheid hebben opengelaten van een bedrijfsmatig gebruik conform de onder de huurovereenkomst begrepen bestemming; en dan zijn er, zoals in alinea 6 hiervóór ter sprake kwam en zoals in alinea's 17, 22 - 23, 33 en 35 hierna nader te bespreken, wettelijke regels van toepassing die met de door het Hof gevonden uitkomsten onverenigbaar (kunnen) zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39cc50b3e547f129a89bc992b0412116f471a444f26da37a5689824df6577bf7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39cc50b3e547f129a89bc992b0412116f471a444f26da37a5689824df6577bf7, en de alinea staat in dat document op bytes 19854 tot 21223.