Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8576.

16) Dat doet er echter niet aan af dat bij de in alinea's 9 en 14 hiervóór verdedigde uitgangspunten - [eiser] baseerde zijn vordering op de hoedanigheid van de Gemeente als zijn verhuurster; en het huurobject moet, zonodig veronderstellenderwijs, worden aangemerkt als gebouwd onroerend goed dat niet als woonruimte of als bedrijfsruimte is verhuurd - het inderdaad zo is dat het Hof de vraag van de rechterlijke bevoegdheid, en in het verlengde daarvan de ontvankelijkheid van het appel van de Gemeente, ambtshalve had behoren te onderzoeken - ik verwijs daarvoor naar de in alinea 6 hiervóór aangehaalde rechtsleer. De klacht dat het Hof dat onderzoek kennelijk achterwege heeft gelaten, lijkt mij in het middel voldoende duidelijk naar voren gebracht(15); en die klacht beoordeel ik in het licht van de hiervóór ten beste gegeven beschouwingen, als gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39cc50b3e547f129a89bc992b0412116f471a444f26da37a5689824df6577bf7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39cc50b3e547f129a89bc992b0412116f471a444f26da37a5689824df6577bf7, en de alinea staat in dat document op bytes 23165 tot 24045.