Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8576.

Ik merk nog op dat de uitkomst weer anders zou kunnen zijn als zou moeten worden aangenomen dat [eiser] aan zijn vordering ook feiten ten grondslag heeft gelegd die, los van de huurverhouding tussen partijen, een onrechtmatige daad van de Gemeente ten opzichte van [eiser] opleveren; dat de Rechtbank op deze grondslag de vordering (gedeeltelijk) heeft toegewezen, en het Hof zich daarover in appel heeft uitgesproken - zie voor een en ander het al genoemde arrest HR 16 november 2001, NJ 2002, 400 m.nt. HJS, rov. 3.5 en 3.6 (en de annotatie sub 2). (Ook) hier geldt echter, volgens mij, dat de cassatie-instantie zich er niet voor leent om deze puzzel op te lossen, en dat de hier geopperde mogelijkheid er niet aan afdoet dat het Hof de vraag waar het hier om gaat onder ogen had moeten zien (wat in het bestreden arrest kennelijk niet gebeurd is). Ofschoon ook de zojuist besproken verbijzondering in het middel niet ter sprake komt, blijft gelden dat het middel er - en volgens mij dus terecht - over klaagt dat het Hof aan de bevoegdheids- en ontvankelijkheids-problemen die de voorgelegde casus in zich bergt, voorbij is gegaan zonder die problemen deugdelijk op te lossen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39cc50b3e547f129a89bc992b0412116f471a444f26da37a5689824df6577bf7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39cc50b3e547f129a89bc992b0412116f471a444f26da37a5689824df6577bf7, en de alinea staat in dat document op bytes 24857 tot 26051.