Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003
Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8576.
37) Iets dergelijks geldt voor de daarop volgende passage aan het eind van rov. 4.4. Hoezeer de tekst van deze passage ook het tegendeel zou kunnen suggereren, het valt toch niet aan te nemen dat het Hof heeft gemeend dat tenuitvoerlegging van een onherroepelijk geworden beslissing in kort geding alleen daarom (dus: omdat de uitspraak onherroepelijk is geworden) niet onrechtmatig zou kunnen zijn. Het enkele feit dat het Hof zich na deze overweging uitvoerig heeft begeven in de vraag of de opzegging en de daarop gevolgde ontruiming van de kant van de Gemeente aan de maatstaven van redelijkheid en billijkheid beantwoordden, suggereert al in uitgesproken mate dat het Hof niet in dit misverstand heeft verkeerd - want ware dat anders, dan zou verder onderzoek naar de rechtmatigheid (c.q. de redelijkheid) van de gesties van de Gemeente niet meer terzake dienend zijn geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39cc50b3e547f129a89bc992b0412116f471a444f26da37a5689824df6577bf7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39cc50b3e547f129a89bc992b0412116f471a444f26da37a5689824df6577bf7, en de alinea staat in dat document op bytes 50395 tot 51290.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/39cc50b3e547f129a89bc992b0412116f471a444f26da37a5689824df6577bf7 | shasum -a 256