Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 september 2003

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 2 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8751.

6. Uit de processtukken blijkt dat verzoeker bij de behandeling van zijn zaak door de rechtbank op 22 mei en 17 augustus 2000 als adres heeft opgegeven: Wellsborough (GB), 22 [a-straat]. Op 22 november 2000 is verzoekers voorarrest geschorst. Voor de voortzetting van de behandeling van zijn zaak is een oproeping verstuurd aan het adres [a-straat] 2 (dus niet 22). Het proces-verbaal van die zitting vermeldt eveneens als adres van verzoeker [a-straat] 2. Verzoeker is op die zitting niet verschenen; zijn - ook huidige - raadsman wel. Deze verklaarde dat zijn cliënt wegens de kosten van de overtocht niet uit Engeland zou overkomen. Aannemelijk is derhalve dat de verzending van de oproeping aan het verkeerde adres geen beletsel is geweest voor contact tussen verzoeker en zijn raadsman omtrent verzoekers mogelijkheden bij de voort te zetten zitting van de rechtbank aanwezig te zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc960bec531290024bfba47488a0b544a56bf8b799755ac491e10883af445720. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc960bec531290024bfba47488a0b544a56bf8b799755ac491e10883af445720, en de alinea staat in dat document op bytes 6737 tot 7641.