Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8779.
23. Voordat ik toekom aan de vraag welke strafkorting in casu op zijn plaats is, merk ik op dat het door de Hoge Raad aangebrachte onderscheid tussen gevallen waarin een gevangenisstraf van ten hoogste 12 jaar is opgelegd en gevallen waarin meer dan 12 jaar gevangenisstraf is opgelegd, mij enigszins gekunsteld voorkomt. De ratio van dit onderscheid ontgaat mij; de mate waarin een verdachte 'lijdt' onder de onzekerheid van een strafvervolging hangt in mijn ogen niet af van de duur van de dreigende gevangenisstraf. Waarom zou een verdachte die tot 8 jaar is veroordeeld minder onder deze onzekerheid lijden dan een verdachte die 18 jaar voor de boeg heeft? Spannend is het vooral voor gedetineerde verdachten als het tijdstip van mogelijke invrijheidstelling nabij is en de onzekerheid over de nabije toekomst door de lange duur van procedure wordt versterkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23462c76c074eceda4a9328e1edddca3dc84d2b84ae206b37d61b121ffd4cb7d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23462c76c074eceda4a9328e1edddca3dc84d2b84ae206b37d61b121ffd4cb7d, en de alinea staat in dat document op bytes 17668 tot 18544.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/23462c76c074eceda4a9328e1edddca3dc84d2b84ae206b37d61b121ffd4cb7d | shasum -a 256