Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8841.

2.26 De man heeft het hiervoor weergegeven argument voor het eerst in cassatie aangevoerd, zodat sprake is van een novum. De man heeft er in de feitelijke instanties niet op gewezen dat hij voor de eerste 12.500 km geen vergoeding ontvangt en heeft ook niet verzocht (in ieder geval) met die kosten rekening te houden. Van het hof kon niet worden verwacht dat het zelf uit de bijlagen bij het verweerschrift in incidenteel appel (en uit de overige jaarstukken) zou afleiden dat de man voor de eerste 12.500 km per jaar geen vergoeding ontving. De man had een en ander in zijn verweerschrift moeten stellen en toelichten en ook naar vindplaatsen in de bijlagen moeten verwijzen. De aanduiding "> 12.500 km" is bovendien vaag en kan een andere betekenis hebben dan de man daaraan geeft. Ten slotte geldt dat de man de stelling van de vrouw dat hij een vergoeding voor autokosten ontvangt, niet heeft bestreden. Daarom behoefde het hof niet in te gaan op de vraag wie zou moeten bewijzen dat het om werkelijk gemaakte kosten zou gaan. De omstandigheid dat het hof het vorenstaande niet in zijn oordeel heeft betrokken, maakt dat oordeel met betrekking tot de autokosten niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e98abdb6f4a1761d735707ea6d33ca3cd0eea9353e0679d7572081f10237999. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e98abdb6f4a1761d735707ea6d33ca3cd0eea9353e0679d7572081f10237999, en de alinea staat in dat document op bytes 33702 tot 34909.