Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8844.
2.4 Na conclusiewisseling heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 6 oktober 1999 een comparitie van partijen gelast, teneinde van partijen nadere inlichtingen te krijgen omtrent de stellingen van partijen. Vervolgens heeft zij bij eindvonnis van 19 april 2000 geoordeeld dat uit de ter comparitie afgelegde verklaringen en uit de omschrijving op het bankafschrift moet worden afgeleid dat de betaling van ƒ 49.000,-- heeft te gelden als een betaling van de zoon aan de vader van een gedeelte van de koopprijs. Nu deze betaling heeft plaatsgevonden na de faillietverklaring van de vader was ING dan ook niet tot verrekening bevoegd en komt dit bedrag toe aan de boedel (rov. 2-4). Op deze gronden heeft de rechtbank de vordering van de curator toegewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd345b8a9723771f5000d9a227f9a3bb18df9495911e1e52e9180d1663b461fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd345b8a9723771f5000d9a227f9a3bb18df9495911e1e52e9180d1663b461fd, en de alinea staat in dat document op bytes 8666 tot 9434.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd345b8a9723771f5000d9a227f9a3bb18df9495911e1e52e9180d1663b461fd | shasum -a 256