Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF8844.

3.9. Tegen de in 3.8. weergegeven feitelijke vaststelling komt onderdeel 5c m.i. tevergeefs op. In het middel wordt erop gewezen dat in CvD (sub 7) en in grief IV van de MvG is betoogd dat het aan de overschrijving verbonden kenmerk 'overname bedrijf door [de zoon]' ruim gelezen dient te worden. Bedoeld zou zijn dat de betaling verband hield met de bedrijfsovername. Ik acht het niet onbegrijpelijk dat het hof mede gelet op een aantal andere omstandigheden, zoals het niet gelijk zijn van het overgemaakte bedrag en de bankschuld van de vader en de overschrijving naar de rekening van de vader, het kenmerk van de overschrijving letterlijk en niet ruim heeft uitgelegd. Bovendien dwingt een ruime uitleg van het zich op de overschrijving bevindende kenmerk geenszins tot de gevolgtrekking dat de zoon niet aan de vader, maar aan ING wilde betalen. Ook al zou de betaling verband houden met de bedrijfsovername, dan sluit dit geenszins uit dat de zoon het betrokken bedrag (niettemin) aan de vader wilde betalen. Het onderdeel wijst er daarnaast nog op dat het overmaken van de betaling op de bankrekening van de vader [...]. niet dwingt tot de conclusie dat er aan de vader en niet aan ING is betaald. Op zich is dit juist. In combinatie met de andere hierboven genoemde omstandigheden maakt deze omstandigheid een betaling aan de vader m.i. echter wel waarschijnlijker.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd345b8a9723771f5000d9a227f9a3bb18df9495911e1e52e9180d1663b461fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd345b8a9723771f5000d9a227f9a3bb18df9495911e1e52e9180d1663b461fd, en de alinea staat in dat document op bytes 21473 tot 22860.