Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9413.

8) De klacht wordt m.i. met succes voorgesteld. De door het hof gehanteerde eis dat opschorting slechts mogelijk is indien de opschortende partij in niet mis te verstane bewoordingen aanspraak maakt op nakoming, vindt geen steun in het recht. Uit de jurisprudentie volgt dat voor een geslaagd beroep op opschorting voldoende is dat de opschortende partij duidelijk heeft gemaakt wat de reden van de opschorting is en wat zij verder met betrekking tot de wanprestatie en de overeenkomst wenst: vgl. Asser-Hijma 5-I (2001), nr. 405; Asser-Hartkamp 4-II (2001), nr. 538; C.A. Streefkerk, Mon. Nieuw BW B32b 1995, nrs. 11 en 22; Verbintenissenrecht, Afdeling 6.1.7, Inleiding (Klomp), aant. 16 en zie HR 19 februari 1988, NJ 1989, 343 m.nt. CJHB; HR 21 februari 1992, NJ 1992, 337; HR 23 september 1994, NJ 1995, 26; HR 5 december 1997, NJ 1998, 169; HR 6 juni 1997, NJ 1998, 128 m.nt. PAS.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a26e928dd7643cdb82ca72b4ca5b45acab31ed4a82be9a547febab21d896d061. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a26e928dd7643cdb82ca72b4ca5b45acab31ed4a82be9a547febab21d896d061, en de alinea staat in dat document op bytes 17508 tot 18408.