Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9416.

4. [Eiser] heeft lopende het geding erkend dat indien hij aan alle voorwaarden van art. 18 IB had voldaan, er terzake geen problemen waren gerezen. Hij betoogde evenwel primair dat de vordering inmiddels is verjaard wegens het verstrijken van de vijfjaarstermijn van art. 3:310 lid 1 BW, en subsidiair dat latere inspanningen van zijn kant tot gevolg hebben gehad dat [verweerder 1] uiteindelijk geen schade heeft ondervonden en voorts dat in de schadeberekening een dubbeltelling voorkomt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d01a485b2b9fbcd751544ff9ce26484ee34d60285e42a21a8c35491157da0ed3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d01a485b2b9fbcd751544ff9ce26484ee34d60285e42a21a8c35491157da0ed3, en de alinea staat in dat document op bytes 7590 tot 8093.