Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9416.
11. In de onderhavige zaak gaat het om de verjaring van de vordering van [verweerder] c.s. tot vergoeding van de schade veroorzaakt door de wanprestatie van [eiser] die daarin bestaat dat deze heeft nagelaten tijdig een verzoek te doen als bedoeld in art. 18 IB zodat de voorgenomen geruisloze inbreng van de eenmanszaak van [verweerder 1] in een besloten vennootschap niet kon plaatsvinden; de vordering strekt tot vergoeding van de schade die bestaat in de inkomstenbelasting die [verweerder 1] als gevolg van genoemd verzuim verschuldigd is geworden doordat hij met betrekking tot de eenmanszaak moest afrekenen c.q. de eenmanszaak "ruisend" in de besloten vennootschap diende te worden ingebracht. Partijen strijden over de vraag wanneer de vijfjaarstermijn van art. 3:310 lid 1 BW is aangevangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d01a485b2b9fbcd751544ff9ce26484ee34d60285e42a21a8c35491157da0ed3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d01a485b2b9fbcd751544ff9ce26484ee34d60285e42a21a8c35491157da0ed3, en de alinea staat in dat document op bytes 24920 tot 25734.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d01a485b2b9fbcd751544ff9ce26484ee34d60285e42a21a8c35491157da0ed3 | shasum -a 256