Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF9429.

6. Over de door het middel aan de orde gestelde vraag welke gevolgtrekking moet worden verbonden aan het ontbreken van een vertaling overeenkomstig art. 8 BetVo van het te betekenen stuk en de weigering op die grond door de geadresseerde om het stuk in ontvangst te nemen, biedt de tekst van art. 8 BetVo, noch enige andere bepaling van de verordening uitsluitsel. In de literatuur wordt algemeen het standpunt ingenomen dat de verordening op dit punt een lacune bevat en dat het aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is om hier duidelijkheid te scheppen. Zie o.m. P. von Schmidt auf Altenstadt, Advocatenblad 2001, blz. 595; A. Stadler, IPRax 2001, blz. 520/521; P. Vlas & J.D. Boon, TCR 2002, blz. 5; J. de Bie Leuveling Tjeenk, Advocatenblad, 2003, blz. 126.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1bb084ad79b303bc57bfbd5ea650b70126f40b816922cc2001c9dde1f7415ac0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1bb084ad79b303bc57bfbd5ea650b70126f40b816922cc2001c9dde1f7415ac0, en de alinea staat in dat document op bytes 11024 tot 11821.